Artikel
De ROI van een bedrijfsvideo: een eerlijk rekenvoorbeeld
Geen marketingpraat maar een som die je in je budgetvoorstel kunt plakken.
“Wat levert het op?” is de terechte vraag van iedereen die 985 tot 2.950 euro moet vrijmaken. Een eerlijk antwoord bestaat uit twee sommen: kosten per maand en de drempelwaarde.
Som 1: kosten per maand gebruik
Een bedrijfsfilm gaat twee tot drie jaar mee. Neem een productie van 1.500 euro en een levensduur van dertig maanden: 50 euro per maand. Daarvoor staat er dag en nacht een verkoper op je homepage die je verhaal foutloos vertelt, in elke taal die je laat ondertitelen, aan elke bezoeker tegelijk.
Vergelijk dat met andere posten op de marketingbegroting: één beursdeelname, één maand advertenties. De bedrijfsvideo is per maand een van de goedkoopste dragers van je verhaal.
Som 2: de drempelwaarde
De vraag is niet of de video “veel oplevert” maar wat hij minimaal moet doen om zichzelf terug te verdienen. Reken met je eigen cijfers:
| Jouw situatie | Drempel |
|---|---|
| Gemiddelde ordergrootte 5.000 euro, marge 30% | 1 gewonnen klant per 3 jaar |
| Vacature via bureau kost 6.000 euro | 1 zelf ingevulde vacature |
| Gemiddelde klantwaarde 500 euro, marge 40% | 8 klanten in 3 jaar |
Bij de meeste B2B-bedrijven is de drempel één enkele klant of één ingevulde vacature over de hele levensduur. Alles daarboven is rendement.
Wat de som niet vangt
Twee effecten laten zich slecht in de tabel drukken maar bestaan wel: video verkort salesgesprekken (de klant heeft het verhaal al gezien) en verhoogt de conversie van bestaande kanalen zoals je website en LinkedIn. Reken ze niet mee in het voorstel; laat ze meevallen.
Voor je budgetvoorstel
Neem de bandbreedte uit bedrijfsvideo per doel, deel door de verwachte levensduur in maanden en zet de drempelwaarde ernaast. Een concreet richtbedrag haal je uit de prijsindicator.